Schrijversvakschool


Columns van docenten


Een personage moet zich ontwikkelen - Jan van Aken

Ik heb eerder geschreven hoe verraden ik me als kind voelde toen Winnetou, de nobelste aller wilden en verstokt heiden, zijn laatste woorden sprak: ‘Charlie, ik ben een christen.’
Moge hij de Eeuwige jachtvelden betreden als een schurftige coyote.  

Een personage moet een ontwikkeling doormaken; transformeren.
Is Humbert Humbert aan het einde van Lolita een genezen man die betreurt dat hij de voorkeur gaf aan een nimfijn boven haar moeder? Laat Madame Bovary zich niet meer het hoofdje op hol brengen, wordt ze zich bewust van haar plichten en eindigt ze haar dagen als gelukkige huisvrouw?
Ziet Ahab de zinloosheid van zijn wrok, want het leven is te kort om te verspillen aan wraak op een zeezoogdier! Verlaat hij zijn post om voortaan als pensionado te vissen in de haven van Nantucket? En hoe zit het met Raskolnikov?

Natuurlijk gaat het niet zo in die boeken. Humbert Humbert krijgt zijn epifanie als hij tussen de vrolijke kinderstemmen op een schoolplein Lolita’s stem mist. Hij beseft wat hij haar aandeed – en jaagt haar desondanks na, tot hij geen andere keus heeft dan haar in kunst te vereeuwigen. Hier wordt een vloerkleedje onder iemands voeten weggetrokken, al is het niet de sympathieke held die onderuit gaat, maar de meelevende lezer zelf, de lezer die zoekt naar identificatie en beseft dat hij al die tijd medeplichtig was.
Emma Bovary mist het echte leven naast haar bovine echtgenoot; ze droomt van een meeslepend bestaan vol passie en opwinding. Wat leert ze? Niets, ze gaat dood. Anna Karenina idem.  
Goed, Raskolnikov, armlastig moordenaar, die zich moreel superieur acht aan een woekeraarster en meent dat hij haar mag doden, vindt de liefde, komt tot inkeer en doet boete in een strafkamp. Een wijze les en een ommezwaai. Hij heeft geleerd, is veranderd en aanvaardt de consequenties. God, wat voelde ik me bekocht aan het slot!
Over God gesproken, dit doet me denken aan de film waar ik eens midden in viel, waarin een rebelse jongen zich verzet tegen zijn burgerlijke milieu. Het verhaal bewoog zich onvermijdelijk naar een glorieuze overwinning, (of een smadelijke ondergang) van de protagonist – toen opeens de aap uit de mouw kwam: ‘Weet je wat het met jou is?’ vroeg de broer van de protagonist, die hem opzocht in zijn bohemiensverblijf, ‘jij bent gewoon bang voor God!’
En het licht brak door. De epifanie brengt de hoofdpersoon terug in de schoot van familie, kerk, God. Ik had naar een EO-film gekeken!
Nog een paar? Obersturmbannführer Aue, succesvol SS’er, uit De welwillenden van Jonathan Littell weet de dans te ontspringen bij de ineenstorting van het Derde Rijk en maakt carrière als fabrikant in de nieuwe democratie. Is hij veranderd? Nee, zijn gruwelijke wereld maakte plaats voor een na-oorlogse rechtsstaat. Maar Aue is nog altijd de onbewogen psychopaat, die zich aanpast aan zijn nieuwe omstandigheden.
De protagonisten in de boeken van Thomas Rosenboom: scheepsbouwer Bepol en zijn meesterknecht Niesten; Christof Anijs en Walter Vedder en natuurlijk Willem-Augustijn van Donck: gedreven geesten die in botsing komen met elkaar of met hun omgeving.
Dickens enige personage dat ik niet verdraag is die Scrooge… Genoeg!
Is het een culturele programmering, ingeëtst door eeuwen van heils- en heiligengeschiedenissen, van stichtelijke traktaten, sprookjes en damesromannetjes-waarin-het-allemaal goedkomt, dat sommigen een ontwikkeling ten goede of kwade willen zien?
Natuurlijk, een personage mág zich ontwikkelen. Het kan zichzelf van verrassende kanten laten zien, maar in de beste boeken zijn de personages gedreven en monomaan, jagen ze passies en obsessies na en omarmen hun noodlot – en wat fascineert is niet hun transformatie, maar juist hun tragische onvermogen om te veranderen.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input