Schrijversvakschool


Columns van docenten


Hermans’ mus - Hans Hogenkamp

Het is even bladeren voordat ik het heb gevonden, maar daar staat het, in het Sadistisch Universum deel I, boven aan bladzijde 105 (althans in de herdruk uit 1996, die knalroze paperback); de beruchte passage van Hermans waarin ‘bij wijze van spreken geen mus van het dak valt zonder dat het een gevolg heeft’. Het is verworden tot een van de bekendste schrijfdogma’s. Opmerkelijk eigenlijk, want de bundel essays bevat veel interessantere uitspraken over de roman. En is die mus eigenlijk wel een dogma?

Het eerste dat opvalt als je goed leest, is dat Hermans de passage helemaal niet als imperatief heeft geformuleerd. De alinea beschrijft de kenmerken van wat Hermans ‘de klassieke roman’ noemt. Er staat helemaal niet dat de mus niet van het dak mag vallen, hij constateert dat de mus niet van het dak valt in de klassieke roman. Geen voorschrift dus, maar een kenmerk van een bepaald type roman.
De uitspraak over de mus wordt niettemin vrijwel altijd geciteerd als een gebod, en ook lees je vaak, eveneens abusievelijk, dat de vallende mus geen functie of betekenis mag hebben, terwijl Hermans het alleen heeft over gevolgen. Dat impliceert dat het Hermans alleen te doen is om handeling en plot, en niet om symboliek of interpretatie; een belangrijke beperking. De betreffende paragraaf heeft dan ook als onderwerp de ‘eenheid van handeling’ in de klassieke roman. Bovendien zet Hermans er zelf ook nog eens ‘bij wijze van spreken’ bij.
Eigenlijk is het dogma bij nadere bestudering van de bron dus al grotendeels ontkracht, maar het is de moeite waard nog even verder te lezen in het betreffende essay, waarin Hermans verder ingaat op de eis van functionaliteit. Een klassieke roman kenmerkt zich door doelgerichtheid en convergentie, terwijl de werkelijkheid veeleer wordt gekenmerkt door doelloosheid en chaos. Hermans concludeert daaruit niet dat we lekker chaotisch moeten gaan schrijven, maar stelt doodleuk dat de roman ‘niet de geschikte vorm is om de werkelijkheid te beschrijven’.
Kijk, dat is pas een uitspraak! Zou dit niet een veel interessanter schrijfdogma zijn? Niet dat iemand zich er vandaag de dag aan houdt, want de overgrote meerderheid van de hedendaagse romans kenmerkt zich door nogal triviaal realisme. Hermans raadt het ons dus af, maar als we per se dat soort boeken willen schrijven, zouden we ook wat hem betreft de mussen in groten getale van het dak mogen laten kletteren.
 De mate van gewenste functionaliteit hangt af van het genre. Het genre bepaalt mede de symbolische pretentie die het werk uitstraalt. In een klassiek, maar ook in bijvoorbeeld een surrealistisch werk is de lezer eerder geneigd op zoek te gaan naar verbanden dan in een realistisch verhaal dat gesitueerd is in de rafelige alledaagse werkelijkheid.
Ten slotte lijkt ook de uitzonderlijkheid van het verhaalelement mij een belangrijk criterium bij het hanteren van de functionaliteitseis. Een van het dak vallende mus is een merkwaardig verschijnsel, dat vanzelf de aandacht trekt in een verhaal. De lezer zal zich dan meteen afvragen wat daarvan nu de bedoeling is; bij gewonere zaken zal hij die neiging niet hebben. Hermans’ opmerking is wellicht vooral bedoeld voor opvallende verhaalelementen. Hij schreef niet: ‘er wordt nog geen kopje koffie ingeschonken, zonder dat het een gevolg heeft’ - laat staan dat dat niet zou mogen.
Niet alles hoeft functioneel te zijn, maar de lezer die de moeite neemt op zoek te gaan naar de functie van een min of meer nadrukkelijk geplaatst verhaalelement, moet niet bedrogen uitkomen, maar beloond worden met een esthetische ervaring. Als de schrijver een functie suggereert, moet deze er ook zijn. Anders kun je misschien beter iets minder opvallends van het dak laten vallen. Een herfstblaadje of zo, of regendruppels.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input