Schrijversvakschool


Columns van docenten


Het personage moet geloofwaardig zijn - Nicolien Mizee

Lang, lang geleden toen ik een tweedejaarsleerlinge op schrijversvakschool ’t Colofon was, kreeg ik kritiek op een mannelijk personage dat met een dienblad de koffie binnen bracht. Een man zou nooit ofte nimmer met een dienblad lopen, sprak de schrijflerares, ik moest hem de kopjes gewoon in de hand laten binnenbrengen.

Nu ben ik zelf lerares op de Schrijversvakschool en ik merk dat leerlingen elkaars werk voornamelijk beoordelen op de ‘geloofwaardigheid’ van het personage, waarbij de onderbouwing in negen van de tien gevallen bestaat uit een peinzend: ‘ik zie het gewoon niet vóór me, ik zie het hem gewoon niet dóen’. Sybrand die zijn vrouw met een bijl te lijf zou gaan, Hadewych die orchideeën in Panama gaat kweken en Koos die zijn vrouw ontbijt op bed brengt – nee, dat zouden Sybrand, Hadewych en Koos nóóit doen. Gewóón niet, het pást niet bij ze.  

Zelf doe ik regelmatig dingen die niemand van me verwacht en die ik, jaren eerder, ondenkbaar geacht had: trouwen met een man, vogels spotten op Ameland en tomaten zaaien. Andere mensen doen ook onverwachte dingen, zoals Jasper S., die Marianne Vaatstra vermoord heeft terwijl het toch zo’n brave boer en huisvader was. 
Iedereen is tot bijna alles in staat. De kunst is zo te schrijven dat de lezer doorleest zonder te denken: hee, wat raar, dat zou ik nooit van dat personage gedacht hebben. Dat heeft alles met goed schrijven te maken en niets met het ‘kloppend maken’ van een personage, wat vaak alleen maar leidt tot stereotypen en clichés zoals de trouwe gedienstige en de nobele jonker die het hele boek door trouw en nobel blijven.  
Stel dat ik een verhaal als volgt zou beginnen: ‘Die dinsdag besloot Johan de minister van Buitenlandse Zaken dood te slaan met een hamer. Hij stapte op zijn driewieler en fietste naar de ambtswoning’. De lezer zal zich direct afvragen waarom Johan op een driewieler rijdt in plaats van op een gewone fiets, en als ik daar geen verklaring voor geef (Johan is spastisch, Johan is verkoper van driewielers en probeert ze graag uit) zal dat de lezer sterk afleiden van de rest van het verhaal.
Een verklaring hoeft niet eens erg geloofwaardig te zijn, als hij er maar is. Stel dat ik diezelfde Johan een kroket laat eten terwijl ik eerder gezegd heb dat hij overtuigd vegetariër is, dan hoef ik alleen maar te zeggen dat Johan net gehoord heeft dat zijn moeder is overleden en de lezer leest tevreden verder hoewel kroketten en sterfgevallen niets met elkaar te maken hebben. Een verklaring, hoe ongerijmd ook, maakt gedrag voor de lezer aanvaardbaar.
Diezelfde lezer is graag bereid een hoop onzin te slikken. Gregor Samsa mag wakker worden als kever – niemand die vraagt hoe dat komt. Maar als Kafka een bladzijde later zou zeggen dat Gregor een giraffe was, zou de lezer verstoord zeggen: nee, dát kan niet! Net was hij nog een kever!

Kortom: het personage hoeft niet geloofwaardig te zijn, als je er maar voor zorgt dat het verhaal geloofwaardig overkomt. Dat is de kunst van het schrijven.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input