Schrijversvakschool


Columns van docenten


Uiensoep - Nicolien Mizee

‘Een man komt thuis en zegt tegen zijn vrouw dat hij bij haar weggaat.’
Ik kijk de klas zo uitdrukkingloos mogelijk aan, laat een stilte vallen en vraag: ‘Wat denken jullie: wordt dit een droevig of een grappig verhaal?’

Niemand durft antwoord te geven. ‘Allebei,’ mompelt een enkele slimmerik, maar niet te hard, want stel dat het fout is, dan sta je mooi voor gek.
‘Ik vertel het verhaal nog een keer,’ zeg ik. ‘Annechien staat uiensoep te maken. Johan, haar man komt thuis en zegt: ‘Ik ga bij je weg. Ik ben verliefd geworden op Quinten, de buurman.’
Al bij het woord ‘uiensoep’ beginnen ze te lachen en dat wordt nog uitbundiger als we bij buurman Quinten zijn.
‘En waarom vinden jullie dit nu grappig?’ vraag ik, ‘het is hetzelfde verhaal. Een man gaat weg bij zijn vrouw.’
‘Die uiensoep!’ roept Albert.
‘Dus bij tomatensoep zou het niet grappig zijn? Of bij preischotel?’
‘Het komt doordat we toch altijd nog discrimineren,’ zegt Bea ernstig. ‘Een man die verliefd wordt op een andere man is blijkbaar nog altijd een beetje gek.’

Maar daar ligt het niet aan. Het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat vergaande exactheid in een verhaal onveranderlijk leidt tot een emotie. 
Uiensoep leidt in combinatie met echtscheiding tot een lach.
De pop in de sneeuw van het weggevoerde kind leidt tot een traan.
De veel gestelde wens naar ‘meer emoties’ in een verhaal, kan beter worden opgelost door plotseling scherp in te zoomen op een detail dan door het benoemen van die emoties.

Waarom uiensoep geestiger is dan tomatensoep, blijft een raadsel dat nader onderzoek verlangt.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input