Schrijversvakschool


Columns van docenten


Echt gebeurd - Robbert Welagen

‘Ik wil niets verzinnen. Alles in mijn verhaal moet echt gebeurd zijn,’ zegt een student tegen me, als hij vertelt over het korte verhaal dat hij wil gaan schrijven. Hij zegt het zelfbewust, een beetje uitdagend.
   Zijn klasgenoten draaien als in één beweging hun gezichten mijn kant op. Wat gaat de docent hierop antwoorden?

   'Nou,’ opper ik, ‘je mag toch best íets verzinnen?’
   ‘Nee, dat wil ik niet. Het moet allemaal echt zijn.’
   Ik val over het woordje echt. Echt staat voor wat in de ‘gedeelde’ werkelijkheid heeft plaatsgevonden, niet echt is wat een schrijver heeft verzonnen. Is het geen misverstand om uit te gaan van zo’n kunstmatig onderscheid? De hele wereldliteratuur bestaat uit verhalen die een samensmelting zijn van feit en fictie, of die helemáál verzonnen zijn.
   ‘We zijn geen journalisten die zich aan de feiten moeten houden,’ antwoord ik. ‘Verbeelding en fantasie zijn even interessant. Pas op dat je geen slaaf van de werkelijkheid wordt.’ De laatste zin komt ter plekke in me op en ik bedenk dat het best een goede oneliner is. Die moet ik onthouden. Voor een column bijvoorbeeld. ‘Kan het eigenlijk wel,’ vraag ik me hardop af, ‘de realiteit omzetten in proza? Zodra je gaat schrijven, begin je met vervormen, weglaten, benadrukken. Je schrijft een gesprek gestileerder op dan het in werkelijkheid is geweest, je geeft het verhaal een toon mee die luchtig of zwaarmoedig is, terwijl de realiteit zelf helemaal geen toon heeft.’
   Alle gezichten richten zich weer op de student. Maar er is geen speld tussen te krijgen.
   ‘Het verhaal moet mijn autobiografie volgen,’ zegt hij.

Ik laat het onderwerp rusten en vraag me af of deze houding exemplarisch is voor de hedendaagse voorkeur voor realisme en ‘echt gebeurd’. Terwijl ik denk: de werkelijkheid is maar een uitgangspunt. Ik verzin ook veel. Zoals deze column.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input