Schrijversvakschool


Columns van docenten


In één rechte lijn - Maaike Bergstra

Eindelijk was het zover: mijn nieuwe toneelstuk “zou zichzelf schrijven”. Deze keer wist ik precies wat mijn hoofdpersonage wilde. Geen al te ingewikkelde tegenstrijdigheden, geen knagende twijfel. Niet bij het personage en dus ook niet bij mij. Ik zou in één rechte lijn naar het einde kunnen werken. Vol goede moed begon ik aan de eerste scènes. Direct schreef ik 18 pagina’s bij elkaar. Zie je wel, dacht ik tevreden, dit is hoe het hoort.

Toen brak de dag aan waarop ik in gesprek ging met de regisseur. Het wel en wee van onze partners besprekend wandelden we van de bouwput rond Utrecht CS naar het café waar we het over zaken zouden hebben. ‘Ik heb zulk leuk werk, lekker met jou over je tekst praten,’ constateerde ze tevreden. De bomen kleurden warm rood en bruin in de zon. 
Een uur later tuurde ik naar de aantekeningen die ik van ons gesprek had gemaakt. Een hele pagina vol essentiële vragen en opmerkingen met daartussen allerlei nieuwe ideeën. Mijn kaneelbol lag half opgegeten op mijn bordje. De regisseur zuchtte.
'Nu voel ik me een beetje onzeker.’
‘Nee, nu voel ík me een beetje onzeker,’ antwoordde ik.
Thuisgekomen zat ik over mijn aantekeningen gebogen. Ik waan me op zo’n moment altijd een beetje John Nash zoals hij in A Beautiful Mind wordt neergezet, turend naar verbanden die er misschien helemaal niet zijn. Ik hoop dan dat er uit de veelheid van het commentaar een logisch antwoord opdoemt dat in elk geval een deel van de punten met elkaar verbindt.
Natuurlijk was het nog niet goed. Het was zo helder waar mijn hoofdpersonage naartoe wilde dat ik van de weeromstuit was begonnen een omweg te schrijven. Terwijl ik een film op Netflix keek om mezelf af te leiden, werd dat me steeds duidelijker. Ik zag in de film hoe het doel van het hoofdpersonage keer op keer veranderde. Er was wel een overkoepelend doel, de structuur van de film was heel klassiek, maar de kijker en het personage ontdekten samen pas tegen het einde van de film wat dat was. 
Een maand later lopen de regisseur en ik opnieuw van het station naar het café aan de Mariaplaats. We nemen de feestdagen door. Sintjes en Pietjes worden in de etalages vervangen door boompjes en ballen. Dan vraagt ze:
‘Wat heb je nou eigenlijk gedáán?’ 
‘Gepiekerd,’ zeg ik.
‘Nou, dat heeft dan wel mooie dingen opgeleverd.’
Maar anderhalf uur later loop ik met een nieuw vel vol aantekeningen richting CS. Het zijn er misschien nog wel meer dan de vorige keer. Mijn regisseur vertelt iets over de grote kerstvoorstelling die ze gaat maken. Flarden van ons gesprek in het café hangen nog in mijn hoofd. Ik heb nu wel een nieuwe synopsis en ik weet waar het heen moet, maar hoe ga ik er ooit komen? Misschien, begin ik alvast maar te piekeren, is dat juist goed. Samen met het personage moet ik de hobbels en de kuilen in de weg ontdekken.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input

Realisatie website: WebLab42