Schrijversvakschool


Columns van docenten


Onzichtbare godheid - Nico Dros

Het leeuwendeel van alle verhalen uit onze tijd wordt verteld door een ik of vanuit een personaal perspectief. Beide perspectieven zijn subjectief, dat wil zeggen dat de grenzen van de verhaalwereld worden aangegeven door de contouren van een individueel bewustzijn, behorend bij een ik of een hij. Het is ongeveer een eeuw geleden dat deze mode in onze letteren doorbrak. 

In negentiende-eeuwse verhalen domineerde de alwetende verteller. Deze lijkt op een godheid. Hij zweeft boven zijn verhaalwereld en informeert ons hierover. Al gauw daalt hij af naar zijn personages. Hij beschrijft ze en is bij machte ze te doorgronden. Hij kent ieders motieven, emoties, verlangens en twijfels. Rustig zet hij de verhaallijnen uit en doet een conflict ontstaan in hun gelederen. Een drama zal zich voltrekken. Dit type verteller is zowel alwetend als alomtegenwoordig. Hij noemt zichzelf ik (en een andere keer ook wel majesteitelijk: wij) en als zodanig figureert hij in de roman. Toch is hij zelf geen personage, hij staat geheel buiten het drama.

In het laatste kwart van de 19e eeuw voltrok zich een subtiele en toch ingrijpende verandering in de alwetende verteller: hij werd onzichtbaar. In verhalen met zo’n onzichtbare, alwetende verteller lijkt het vaak alsof de verhaalwereld zich uit zichzelf ontvouwt. Deze soort verteller manifesteert zich in de toelichting bij het handelingsverloop of de gedachten van personages. Zulke beschrijvende passages worden vaak in een quasi-neutrale trant verteld, maar directe uitingen door personages zelf worden vaak heftiger weergegeven.

Een roman met een onzichtbare alwetende verteller doet een lezer dikwijls denken aan een literair universum. Rond de personages en hun woelingen heeft deze verteller namelijk een wereld geweven die in zichzelf compleet is en nergens rafelranden vertoont. Het is een voltooide schepping, maar dan in het klein. Een aankomende, ambitieuze romancier die - geheel tegen onze tijdgeest in - zoiets wil vormgeven zal grondig moeten studeren op uitwerkingen van dit moeilijke perspectief. Op een dag echter gaat hij aan het werk en neemt de gedaante van een onzichtbare godheid aan.

Voorbeelden van romans met een onzichtbare, alwetende verteller: Lev Tolstoi - Anna Karenina (1877 ) ; Louis Couperus - Eline Vere (1888 ) ; F. Bordewijk - Karakter (1938) ; Simon Vestdijk - De nadagen van Pilatus (1938) ; Gabriel Garcia Marquez – Honderd jaar eenzaamheid ( 1967) ; John Irving - De wereld volgens Garp (1978) ; Allard Schröder – De hydrograaf (2002 )

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input

Realisatie website: WebLab42